Alle hype rond megablogs ten spijt, is het duidelijk dat we nog geen centimeter verder staan dan in 1996, toen het "Central Station" project gekelderd werd door de journalisten zelf. Central Station zou een centrale krantenknipseldienst worden, die nieuws van alle kranten verzamelde en beschikbaar stelde aan zijn abonnees. De journalisten vonden echter dat hun auteursrechten op die manier geschonden werden, en hebben bijgevolg het initiatief dood geboycot.
In de softwarewereld stelt dit probleem zich veel minder: in een tewerkstellingscontract wordt meestal expliciet opgenomen dat de eigendomsrechten van de (binnen de werkuren) gecreëerde software aan de werkgever toebehoren, die er dan mee kan doen wat hij wil. Redacties echter werken vaak met freelancers, en sinds jaar en dag is het auteursrecht in de klassieke media-industrie een klassiek voorbeeld van een Belgisch compromis.
Aan de ene kant heb je de krant, die door journalisten exclusief aan zich te binden probeert een bepaalde redactionele lijn uit te zetten, waarvoor dan een lezerspubliek bestaat. Het publiek koopt de krant meestal voor de Krant als product, en als dusdanig is een krant een product waarrond auteursrechtelijke richtlijnen bestaan. Ik kan niet zomaar De Morgen omdopen tot De Avond, de bestaande journalisten een beter contract aanbieden, en mijn eigen weg gaan. Kranten hebben dus journalisten nodig.
Aan de andere kant is er de journalist, die nooit over een publiek zou beschikken als er geen product bestond waar hij zijn artikels in kwijt kan. Gek dus eigenlijk dat zijn "nieuws" pas marktwaardig wordt als hij het via een ander kanaal dan zichzelve aan de man kan brengen. Marktwaardig in termen van: voor de man zelf financieel interessant. Journalisten hebben dus kranten nodig.
Hoewel journalisten dus geen zinnig woord te boek kunnen stellen zonder een medium waarin dat woord kan verschijnen, toch kunnen zij het auteursrecht als een stok tussen de deur gebruiken om te bepalen wat er met hun woord gebeurt. Op zich een héél zinvol gegeven, maar eerlijk gezegd een beetje anachronistisch, en al helemaal not done in een context van tewerkstelling. Plus, en dat merkt men eigenlijk wel vaker op, er wordt geen aandacht geschonken aan de derde actor in dit gegeven: de lezer. En het mediabedrijf zou zonder lezers (en adverteerders) nooit bestaan.
Ik heb gedurende een aantal jaren bij een uitgeverij gewerkt, en mag via-via regelmatig deelgenoot zijn van de wondere wedervaren van het mediabedrijf. Mijn eigenlijke specialisatie is echter intellectuele eigendoms- en gebruiksrechten inzake software. Toch wat gerelateerde ideetjes hieronder.
Het hele gewauwel over de zgn. Creative Commons is eigenlijk recyclage van concepten die al vele jaren in voege zijn in de wereld van de media, wetenschap, productontwikkeling en softwaretoepassingen. Om op een correcte manier met deze materie om te gaan, is het noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen eigendoms- en gebruiksrecht (copyright & license voor de anglofielen).
Een auteur geniet stééds auteursrechterlijke bescherming (dus je hoeft niet zo nodig overal (c)-symbooltjes achter te laten), tenzij hij expliciet afstand neemt door (a) bijvoorbeeld het auteursrecht aan iemand anders toe te wijzen, bijvoorbeeld zijn werkgever, of (b) door aan te geven dat zijn werk aan het publieke domein toebehoort: de Commons voor alweer de anglofielen. Het auteursrecht geeft de auteur het recht om te beschikken over het werk zoals hij dat zelf wil. Iets wat tot het publieke domein toebehoort kan dan weer gebruikt worden op eender welke manier, het auteursrecht is dan immers vervallen en je bent als gebruiker volledig vrij om te beschikken over het werk zoals je dat zelf wil.
Een analogie: Sneeuwwitje. Het sprookje zelf zit al lang in het publieke domein, wat Disney de mogelijkheid boodt om er een film over te maken (met dezelfde titel). Deze film geniet echter auteursrechterlijke bescherming, zodat jijzelf als gebruiker, en de concurrenten van Disney moeten uitkijken hoe wij van Disney's Sneeuwwitje gebruik maken. Het cynische aan de zaak is echter dat het sprookje uit de tijd stamt dat auteursrechten hoop en al een tiental jaar erkend werden, vooraleer een werk automatisch in het publieke domein terecht kwam. Om er vervolgens opgepikt te worden door een mediagigant die nu uiteindelijk lobbyt om de auteursrechterlijke bescherming van zijn derivaat verlengd te zien tot 90 jaar en meer. Cfr. de Eldred vs Ashcroft zaak. Patenten hebben trouwens ook een beperkte geldigheidsduur.
Als alles goed is, geeft een producent van een werk zijn gebruikers bepaalde rechten - al is het maar gewoon dat een boek mag gelezen worden, een CD mag afgespeeld worden, of dat een copie voor persoonlijk gebruik mag geproduceerd worden. Soms zorgen bepaalde belangenverenigingen (stijl: Sabam) ervoor dat voor dit recht moet betaald worden, als men bijvoorbeeld een CD als achtergrondmuziek in een kapsalon opzet. Het is wat dat betreft blijkbaar veiliger om enkel de radio op te zetten want die regelen Sabam voor jou.
Bij software is dit gebruiksrecht meestal redelijk goed geregeld, al was het maar omdat het voor de producent meestal erg belangrijk is om duidelijk aan te geven of hij vergoed dient te worden indien iemand gebruik wil maken van zijn werk. Ook het concept van "open source" en "vrij gebruik" is het best uitgediept in de softwarewereld: tal van groeperingen en standaard gebruikslicensies bestaan er om ervoor te zorgen dat gebruikers vrij gebruik kunnen maken van bepaalde softwareproducten.
De dieper liggende reden is hier vaak dat men er van uit gaat dat iets dat éénmalig gecreëerd geweest is, zo vrij mogelijk moet kunnen hergebruikt worden. Het is belangrijk om hier een onderscheid te maken tussen de algoritmes en de implementatie: denk bijvoorbeeld aan een abstract algoritme voor het sorteren van een lijst van namen vs. de concrete implementatie van een dergelijk algoritme binnen een commercieel product. Zowel wiskundige en software algoritmes worden beschouwd als "works of nature", ttz het neerschrijven van een bepaald natuurlijk gegeven volgens een bepaalde conventie. In de gemeenschap van de software-ontwikkelaars bestaat trouwens sinds geruime tijd een tendens om ook de implementatie vrij beschikbaar te maken, aangezien de implementatie vaak een triviale inspanning is in vergelijking met het bedenken van het algoritme.
Het vrij beschikbaar stellen van een werk kan omwille van verschillende redenen: soms (politieke) overtuiging of het ontbreken aan expliciet winstbejag, maar ook soms het gebruik van de licensiepolitiek als marketinginstrument. Het is niet ondenkbeeldig dat een vrij product meer gebruikers kan hebben dan een commercieel, zeker als men er rekening mee houdt dat er de typische ratio R&D / marketing voor een softwarebedrijf 50/50 bedraagt. Niet iedereen is in staat om een evenwaardig bedrag in marketing te stoppen als men in de ontwikkeling van een product gestopt heeft, en dit maakt de vrije licensiepolitiek tot een ideaal marketinginstrument voor de kleinere softwarebouwer.
Trekken we deze redenering door naar de (would-be journalist of publicist) blogger, die als hoofdbedoeling heeft zoveel mogelijk lezers naar zijn weblog te trekken, dan is het logisch dat een vrije gebruikslicensie een ideaal instrument kan zijn om meer lezers te trekken.
Terugkomend op die lezer: wat betekent nu het hanteren van een vrije licensiepolitiek voor een weblog, behoudens het reeds invoege zijnde citaatrecht? Wel, als een blogger lezers wil, dan zal hij toelaten dat zijn teksten - mits duidelijke bronvermelding - te lezen zijn via andere kanalen dan enkel via zijn eigen website.
Op die manier biedt hij immers de lezer de mogelijkheid om zijn weblog te lezen op de manier die hém het best uitkomt: door één, maximum twee keer per dag langsheen de homepagina's van zijn 30 favoriete weblogs te surfen (goed dat Firefox dit eenvoudiger maakt door een hele groep bookmarks als één tab set te laten openen), of door tien keer per dag zijn 120+ RSS/Atom feeds op te frissen door zijn (on- of offline) nieuwsaggregator. Of ook bijvoorbeeld door een set blogs te groeperen onder één webpagina, die bepaalde thematisch-verwante blogs samenbrengt als een klassieke nieuws-site, zodat in één handige scrollbeweging alle bewegingen rond dat bepaalde thema doorgelezen kunnen worden. Ik heb sinds een aantal weken zo'n sullig Webstats icoontje op de homepagina van mijn blog, om te zien of en hoe ik mijn transitie van Engelstalige naar Nederlandstalige blogger overleef. En ik kan intussen met zekerheid stellen dat minstens 75% van mijn publiek mijn weblog niet op mijn website leest. Dus?
Ook in de klassieke mediawereld is "content" nog altijd "king". Als je goed blogt, de juiste toon te pakken krijgt, dan keren mensen terug. Hoe die mensen precies terugkeren doet er dan eigenlijk niet zoveel toe, zo lang ze maar gedegen content met jouw persoontje linken. If you care at all, natuurlijk. Of gaat het dan uiteindelijk toch meer over de verpakking, de Google ads, de hitcounter stats ... dan de lezer? Dat zien we bij metabloggers immers vaak (bloggen over bloggen). If you scratch my back, I'll scratch yours. De in-crowd, het kliekje jocks op de speelplaats weet-je-wel. Uiteindelijk, helaas, vormen zij vooral een publiek voor zichzelf.
PS. Deze trein van gedachten naar aanleiding van:
PPS. Vergelijk http://www.bloglines.com/public/stevenn met http://blogs.cocoondev.org/stevenn/planetgent/.
Zomaar een gedachte die me te binnen schoot. Niet geheel bezijden het punt in dit artikel, maar toch vooral langs andere lijnen.
Zoals Disney (of de stad Parijs, die het nachtbeeld van de Eiffeltoren exploiteert) profiteert van de vrije input om vervolgens copyrighted output te genereren, zo heeft ook de journalist een enorme luxepositie: ze mag vrij garen, maar over het gegaarde rechten doen gelden. De krant idem dito.
Als ik een lied zing voor de microfoon is dat mijn copyright, mag een krant dat niet in zijn kolommen zetten om te verkopen. Als ik de premier beledig mag dat wel geplaatst en verkocht worden. Omdat het nieuws is.
Zomaar een gedachte: recycling van vrij werk zou idealiter ook vrij moeten zijn.
Het notie dat een 'corpus aan nieuwsfeiten' vrij te garen in een open wereld, opeens ontoegankelijk wordt omdat het iemands copyright blijkt, komt vreemd over.
@MRTN: dat is de basis van de GPL licensie: wat eens vrij is, kan niet zomaar meer gesloten gemaakt worden. Goed punt - dankjewel!
nuance. wat ik schreef was geen beoordeling van de gentse verzamelblog, het was eerder een bedenking over beleefdheid. als iemand blogs verzamelt en die publiceert als een nieuwe overzichtsblog, dan vind ik dat dat even mag gevraagd worden aan de mensen die erop gepubliceerd worden. Deze manier van werken is helemaal anders dan citeren, verwijzen naar, etc..En het is bovendien een wereld van verschil met een eigen persoonlijke aggregator.
Ik maakte een bedenking over omgangsvormen op het grote web. Een gedachtengang die overging naar where will it end. Meer niet.
Bij deze nodigen ik en Erwin Van Hunen, Steven en Tom uit om een discussie aan te gaan over het topic. Indien jullie akkoord gaan, zoek ik nog een moderator en een jurist auteursrecht. Het geheel wordt opgenomen als podcast en alle deelnemers kunnen vrij over de audiofile beschikken.
@i.: blijkbaar hou je nog steeds argumenten over om aan je 'elementaire beleefdheid'-theorie vast te houden.
Als je iemand bloemen wilt brengen, ben je dan onbeleefd als je dat niet vooraf hebt gevraagd?
En als de ontvanger achteraf blijkt allergisch te zijn voor de gekozen soort, ben je dan toch nog onbeleefd geweest?
Tweemaal neen op de flairtest?
Dan ben ik bang dat hier helemaal geen grotere en algemenere basis dan het 'ik vond het persoonlijk niet zo leuk' overblijft. Moeilijk om toe te geven allicht.
Een grote uitleg zoekend in 'ethiek' of 'wetgeving' moet dan vooral een vergoeilijking zijn van de tentoongespreide eigen aard van het beestje denk ik dan.
@all: Een Vlaams internet-denker zei me ooit eens "het internet is zo breed als de mens" (alluderend op de immense diversiteit, en helaas ook ranzigheid, en dan vaak zonder aanwijsbare autheurs-vermelding, die je erop kunt vinden) in het licht van deze polemiek kan ik enkel maar besluiten dat het internet even snel zo 'smal' en 'eng' als die mens kan/zal worden.
De open vraag naar het "Where will it end" krijgt dan door over-defensieve reflexen een antwoord dat verdomd veel dichter bij onze neus (navel) blijft dan de visioenen van de pioniers van het eerste uur: Ted Nelson (transclusie, iemand?) of Sir Tim B. Lee (semantic web)
(jasses, welk copyright license moet ik hier nu aan toevoegen)