Een beschouwing over de aan de gang zijnde hype rond "Vlaamse" weblogs, ttz de traditionele media (radio, TV, krant) die plots het licht zien omtrent een fenomeen dat al een aantal jaren aan de hang is, en waar ego-clashes rond "wie nu eerst was" eerder regelmaat dan uitzondering zijn. Zo ook met de aankomende collectieve blog: wie mag er mee doen?
Mijn eerste kennismaking met het fenomeen was ergens begin 1998, toen ik een trouw lezer was van Alan Cox' "What is Alan doing". Alan was één van de weinige mensen op de wereld die naast Linus Torvalds toegang had tot de broncode van de Linux kernel, en als dusdanig kreeg hij voortdurend vraagjes van mensen "waar hij nu mee bezig was". Leuke log met een mix van (veel) technische informatie en ook wel wat persoonlijke noten, en het werd nog leuker toen ook zijn partner Telsa haar vrouwelijke kijk op hun leven als geeks begon te loggen. Er was natuurlijk ook Dave Winer, een andere software ontwikkelaar die mee aan de wieg stond van het "blog" concept, en daar toendertijd ook software voor aan het maken was.
Het idee van de voorbijscrollende nieuwssite sprak me toen wel aan (ik ben een Google-hoer, dus alle informatie is welkom bij mij), en heel even baatten broer Bart, vriend Peter en ikzelf een prille linkblog uit (we spreken medio 1999). Heel low profile allemaal, en eigenlijk zelfs prettig genant om af en toe zelf achtergelaten sporen op het wilde web terug aan te treffen.
Comes 2002-2004, en we zien een explosie aan (vooral) Amerikaanse weblogs, en zelfs het ontstaan van allerlei bedrijfjes die software of diensten in die richting uitbaten. Vorig jaar was er dan de hype van de Nederlandse weblogs, die verschillende malen de media haalden onder de noemer "schoklog", en zo kon het natuurlijk niet langer uitblijven dat ook onze traditionele media de trend oppikten.
Eigenlijk is het wel grappig om te zien hoe traditioneel de traditionele media nog altijd werken, en vooral hoe conformistisch de zogenaamde nieuwe media hierop inpikken.
Allereerst is er het aspect van journalistieke integriteit. Wat vroeger in de gazet stond, werd als waar beschouwd, net zoals wat je 's avonds in het journaal voorgeschoteld kreeg. Er was bij het tot stand komen van deze vorm van berichtgeving immers een redactie betrokken, een mystiek orgaan dat bevolkt werd door journalisten, wat dan weer personen waren die de mogelijkheid hadden om alledaagse fenomenen tot nieuws om te dopen. Het journaille (niet kwalijk bedoeld) has als enige de sleutel tot het walhalla van de (inter)nationale bekendheid, want zij beslisten immers of bepaalde (non-)gebeurtenissen al dan niet tot nieuws verheven werden. Het beroep van journalist is wellicht niet eenvoudig, omringd als ze zijn met mensen die hen willen behagen, niet zozeer omwille van de journalist als persoon, maar vooral omwille van hun functie als toegangspoort tot de nieuwsmarkt.
Journalisten bevinden zich tussen vele hamers en aambeelden. Allereerst is er de drukpers die wacht, en de noodzaak om de nieuwsverslindende massa van voer te voorzien. Daarnaast is er het spanningsveld tussen redactie en uitgever. De uitgever definieert een product, wat eigenlijk een neerslag is van een bepaalde perceptie van de realiteit, waarvoor zowel een lezers- als een adverteerderspubliek bestaat. De redactie heeft dan als taak om het inhoudelijk gedeelte van het product vóór de deadline gevuld te krijgen. Daartoe zet zij journalisten in om inhoud produceren. Aangezien journalisten geen alziende wezens zijn, moeten die ergens hun inspiratie of onderwerpen vandaan halen, en dan ziet men vaak dat het journalistenvoetvolk, net zoals het fotografenvoetvolk, eigenlijk een gezellig clubje semi-collegiale kleine zelfstandigen is, die zich onder elkaar op houden, en vooral bij elkaar te rade gaan over wat er momenteel gaande is. Vandaar dat heel wat onderwerpen plots gehypet worden en over andere dan weer niks gezegd wordt. Op zich geen probleem, want gezien het clubgevoel is er ook een minimaal kwaliteitsbesef (het kan toch niet zijn dat de eerste de beste zich zomaar bij ons kan aansluiten, wij zijn professionelen, etc) wat leidt tot een zekere mate van integriteit.
Dus als er één journalist iets over blogs begint te schrijven, is het onvermijdelijk dat de anderen volgen. Nu bestaat het fenomeen helaas al iets langer dan de journalisten er hoogte van hebben, en bevindt het zich in een medium waar het zowiezo moeilijker te volgen is wat nu echt hot is or not, en zo wordt de kans op misbaksels of flaters aanzienlijk groter. De Canvas reportage zat er nog redelijk op (hoewel het zielloze gehijg van Lady Blonde Blogger Lilly er in de intro teveel aan was), maar Studio Brussel en de Morgen zaten er toch wel redelijk naast, dacht ik. Het is trouwens niet de eerste keer dat ik me bedenkingen maak bij het zgn. ik-ben-de-internet-vulgariserende-guru-gehalte van Astrid e.a. - zo van "land blinden éénoog".
Comes de blogosfeer zelve (lieve help, wat een overladen term), vooral dan rond het idee van de collectieve weblog alias de MegaBlog. Bloggers zijn m.i. licht narcistische individualisten die uiting geven aan hun zelfliefde door de publicist uit te hangen. Mensen met een opinie zeg maar, al zeggen ze vaak dat ze louter beschouwelijk/inhoudelijk bezig zijn. Alle begrip voor, natuurlijk, ik ben de laatste om die eerste steen te werpen.
Het succes (en falen) van de weblogs is hun onthechting ten opzichte van de klassieke media. Journalist wordt blogger, redactie valt weg, en het product is de strict persoonlijke website. Blog en individu zijn één. Alles draait rond wat de blogger over zichzelf en zijn omgeving als perceptie naar de buitenwereld toe wil projecteren. Voor velen beperkt zich tot onschuldig en schadeloos gemompel, anderen dan weer getuigen van een zekere geldingsdrang en zijn héél erg bezig met hun publiek imago. The race to capture eyeballs is on. Het succes van een blogger wordt rechtstreeks gekoppeld aan de omvang van zijn publiek, ttz hetzelfde criterium als waarmee het succes van een klassiek mediaproduct wordt gemeten. Op termijn bestaat het gevaar dan ook dat men gaat bloggen om zijn publiek ter wille te zijn, wat uiteindelijk hetzelfde is als wat een uitgever doet tegenover zijn publiek (= lezers + adverteerders) - dit leidt onvermijdelijk tot vervlakking en vervaging van het individualistisch karakter van een blog.
Collectief bloggen is een springplank naar een verproductisering en vermarkting van een in oorsprong individualistisch concept. Veel hangt af van de cohesie binnen het collectieve product, en dit zowel in- als outbound. Inbound gaat het over het kweken van een redactie van vrijwilligers die samen een aantrekkelijk product samenstellen, door enerzijds afstand te nemen van het pure individualistisch publiceren, en anderzijds voldoende dynamiek en diversiteit te behouden om zich naast de klassieke media te kunnen profileren. Outbound komt het er op neer dat een bepaald publiek voor ogen gehouden wordt, dat zich buiten de bestaande in-crowd bevindt. Niks is gezelliger dan met een clubje vrienden een schoolkrantje op te maken, met als enig publiek het clubje en zijn directe periferie. Maar van een collectieve A-list blog mag er meer verwacht worden, niet? Want anders kunnen we al net zo goed de persoonlijke blogs blijven lezen, en die kunnen we al heel wat selectiever toevoegen of weghalen uit onze nieuwsreader.
Ik hoop dat - als het er van komt - zo'n collectieve blog geen exponent van de navelstaarderij wordt. Anders gaan de klassieke media eens hard in hun vuistje lachen.
Ik hoop ook dat er vooraf afspraken gemaakt worden over ego-clashes, regels en afspraken. Na ruim 4 jaar deelgenomen te hebben aan een andere online community ben ik er stilaan van overtuigd aan 't raken dat regeltjes niet per sé verkeerd hoeven te zijn. Het vooraf niet doorspreken van verwachtingen en wat-als-scenarios daarentegen wel. Uitgeverijen doen zoiets omwille van hun juridische aansprakelijkheid als rechtspersoon. Voor een collectieve blog zal het opstellen van zo'n policy al even noodzakelijk zijn.
Eén van de eerste uitdagingen is het aflijnen van verantwoordelijkheden: wie beslist wie wat er op kan plaatsen, en hoe doen we dit zonder het creëren van een klassiek hiërarchisch model (want dit leidt onvermijdelijk tot ego-clashes; getuige hiervan het moderatoren-concept op tal van discussiefora en op IRC). Een schaalbaar democratisch model vinden voor een online community is geen sinecure. Wat dat betreft zijn de klassieke media wellicht eenvoudiger af. Nu ja, zij hoeven zich dan ook minder zorgen te maken over de barriere tussen publicatie en publiek, zolang het publiek maar blijft komen. Bij een weblog, wat van nature uit een participatief medium is, en waar de grens tussen blogger en lezer vaak onbestaande is, is dit een heel andere zaak.
TrackBack URL for this entry:
http://blogs.cocoondev.org/MT/mt-tb.cgi/2089
Waarmee dus op discrete wijze nog eens onderstreept werd dat wij dus wel degelijk de eerste Vlaamse blog, meer nog, de eerste Vlaamse MegaBlog waren !
Voor de rest is het allemaal een beetje "much ado about nothing" ; vergelijk het het geknutsel met cb-zenders indertijd, en later de lokale radio's. Als het allemaal door hobbyisten moet gebeuren, is de kans dat er iets "mega" ontstaat redelijk beperkt. Ik zie het eerder als een fenomeen dat met de nodige vertraging door de klassieke media zal opgepikt worden om hun online aanwezigheid op een andere manier aan te pakken (zie ook http://blogs.cocoondev.org/peter/archives/2005/01/nr_looks_to_bre.html). Er moet tenslotte nog brood op de plank komen, nietwaar.