... van die madammekes, met enkellange gebreide jurken, een McLaren paraplu-buggytje voor zich uit duwend, waanzin-mompelend voor zich uit starend, boos op de wereld aangezien hun echtgenoot sinds diene kleine in bed niet meer naar hen omkijkt (het is ook van voor de geboorte van die kleine geleden dat ze nog eens naar zichzelf omkeken), die madammekes dus van een jaar of vijf-zesendertig (maar ze zien er al zo uit sinds ze twintig zijn), die hun buggy gebruiken als een soort stootwapen, een wig om tussen hen en de andere weggebruiker te drijven, een verpersoonlijking van hun diep ingewortelde penisnijd. Van rechts wordt plots een buggy onder je wielen geschoven, met een verkleumd, snotterend kind in, zich bewust van het feit dat zijn enige recht tot bestaan is mama's stormram te mogen bemannen: ballast. Snuivend duikt ze van achter een dubbel geparkeerde camion op, schijnbaar onbewust van haar onzichtbaarheid, en hop daar gaat de buggy, en hop nu kan ze oversteken.
En dan straks gezellig zelfhulpgroepen, als mijn kind tussen de banden van een vrachtwagen terecht komt. Eindelijk een reden tot bestaan, eindelijk vriendinnen die me begrijpen. Was het nu onvoorzichtigheid of kindermoord? Ik weet het niet, ik moet vanavond naar mijn therapeut. Die begrijpt me tenminste.
TrackBack URL for this entry:
http://blogs.cocoondev.org/MT/mt-tb.cgi/1999